Nucleaire Technologie in de 21ste Eeuw - Intro

Daarna brengt men de bestraalde splijtstofelementen eventeel naar een “ opwerkingsfabriek ” , waar men de schadelijke stoffen van het nog goede uranium scheidt. Dit gerecupereerde uranium kan, zoals het plutonium dat in de reactor door bestraling van U-238 werd gevormd, weer in een splijtstofelement worden gebracht, waar het met vers uranium wordt aangevuld (zgn. “MOX” -brandstof). Ondertussen hebben vorige Belgische regeringen echter beslist (voorlopig) geen opwerking meer toe te laten. De verbruikte brandstofelementen liggen nu opgeslagen op de nucleaire sites van Doel en Tihange. In een opwerkingsfabriek, waarvan het eerste internationale prototype in België stond (de zgn. Eurochemic fabriek op de site van Belgoprocess te Dessel), zal men ook de sterk radioactieve splijtingsproducten afscheiden, waarna dit afval wordt verwerkt tot onoplosbare stoffen, die echter nog steeds sterk radioactief zijn. Bij de opwerking bestaat het gevaar dat vluchtige splijtingsproducten zouden ontsnappen of dat tanks met vloeibare oplossingen van splijtingsproducten kunnen lekken. Ondanks uitvoeringen met dubbele bodem en regelmatige controles, werden er, bijvoorbeeld, in de opwerkingsinstallaties van Hanford lekken gesignaleerd. Het grote gevaar van deze lekken is dat radioactieve producten het grondwater zouden bereiken. Het afval van de opwerkingsfabriek wordt op vele plaatsen onder toezicht bewaard, maar de uiteindelijke bedoeling is om het te stabiliseren; b.v. door een verglazingsproces (ook een Belgische ontwikkeling), waarna het definitief kan worden opgeslagen (“geborgen”) . 3.3. Het probleem: radioactief afval

Het meest delicate aspect van de kernenergie is zeker de eindbehandeling en de definitieve opberging van de radioactieve afvalstoffen; cfr. Figuur 10.

Figuur 10: Algemeen behandelings- en beheersconcept radioactieve afvalstoffen – bron: Niras (Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen).

15

Made with FlippingBook - Online Brochure Maker